Back to overview
Depositphotos 249408182 xl 2015 min

Pensioenenstelsel BE & NL

Onze eerste pijler is er twee van hen waard

10,7 procent van het BBP tegenover 5,4 procent. Dat is het voornaamste verschil tussen de Belgische en de Nederlandse wettelijke pensioenpijler. Dit verschil in kostprijs wordt verklaard door heel wat andere verschillen.

Het Belgische wettelijk pensioen is gelinkt aan de loopbaan. Zo zijn er gescheiden stelsels voor ambtenaren, werknemers en zelfstandigen. In de drie stelsels is de uitkering direct afhankelijk van de loopbaan van de gepensioneerde: het pensioenbedrag ligt hoger naarmate er meer jaren gewerkt zijn en naarmate het loon (en dus de bijdragen) hoger lag.

Het Nederlandse stelsel oogt gelijkaardig, maar enkel voor wie niet in detail kijkt. De eerste pijler is de gekende AOW, de Algemene Ouderdomswet. Die voorziet een basisuitkering voor iederéén die tussen zijn 15e en 65e in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De uitkering is een forfaitair (vast) bedrag, gebaseerd op het minimumloon.

De wijze van financiering is in Nederland en België gelijk: een repartitie- of omslagstelsel. Het zijn de werkenden van vandaag die betalen voor de gepensioneerden van vandaag.

Verhouding tussen de pijlers

Ook de tweede pijler (extra-legaal pensioen) wordt op gelijke manier gefinancierd: een kapitalisatiesysteem, waarbij per werknemer geld gestort wordt in collectieve pensioenfondsen. In België is die tweede pijler nog in volle opbouw voor heel wat werknemers. Dit is sterk verschillend in Nederland. Daar is er een dekkingsgraad van liefst 90 procent en meer dan de helft van de totale pensioenuitkeringen komt uit die tweede pijler.

Voor wie?

Het verschil in het belang van de eerste en tweede pijler in beide landen is geen toeval, maar het gevolg van verschillende keuzes in beide nationale stelsels. Zo is de eerste vraag in ieder stelsel van sociale bescherming: voor wie? Wie heeft recht op de uitkering in de eerste pijler?

De Nederlandse AOW (algemene ouderdomswet) is -zoals de naam het zegt- een algemeen stelsel, een volksverzekering. Iedereen die tijdens zijn volwassen leven gewoond of gewerkt heeft in Nederland, krijgt een uitkering.

In België is de uitkering er enkel voor wie gewerkt heeft. Iedere werkende in België (als werknemer, zelfstandige of ambtenaar) is verplicht verzekerd in het stelsel van zijn of haar beroepsgroep. Niet werken betekent dus geen recht op (een eigen) pensioen.

Courthouse 1223280 1920

Financiering

Het verschil in rechthebbenden leidt rechtstreeks tot een verschil in financieringswijze. Het algemene pensioen in Nederland wordt gefinancierd via algemene inkomsten, met name inkomstenbelastingen (de premie wordt geheven op de twee laagste tariefschijven).

De financiering in België bestaat voornamelijk uit bijdragen betaald door de betrokken werkenden en de werkgevers (voor ambtenaren de overheid; zelfstandigen betalen alles zelf). De bijdrage vanuit het algemene belastingstelsel is zeer beperkt.

Vanaf wanneer?

Met de snelle vergrijzing van de samenleving staat de pensioenleeftijd al vele jaren in de kijker. Vroeger was 65 jaar de referentie, ook al was die leeftijd –zeker in België- vooral theoretisch. Nu is er onder experten eensgezindheid dat de leeftijd omhoog moet, om het systeem betaalbaar te houden.

In Nederland is de pensioenleeftijd al een paar jaar opwaarts aan het schuiven. Tegen 2021 ligt die leeftijd op 67, vanaf 2022 wordt de pensioenleeftijd gekoppeld aan de levensverwachting (wat dus normaal een blijvende stijging zal veroorzaken).

In België zijn er twee verhogingen voorzien: naar 66 jaar in 2025 en naar 67 in 2030. Veel eerder was de pensioenleeftijd voor vrouwen al opgetrokken naar de leeftijd voor mannen (van 60 naar 65). Maar in België komt het er dus vooral op aan de vervroegde pensionering in te dijken.

Hoeveel krijg je?

Nog een verschil tussen Nederland en België is de hoogte van de uitkering. In Nederland is het een basisuitkering voor iedereen. Dit betekent dat het bedrag laag is: 70 procent van het wettelijke minmumloon voor een ongehuwde. Met zo’n ‘basisinkomen’ is het niet verwonderlijk dat de tweede pijler een hoge vlucht heeft genomen.

In België is de uitkering hoger, en afhankelijk van de lengte van de loopbaan en van de hoogte van het loon tijdens die loopbaan. Voor werknemers en zelfstandigen wordt gerekend met het gemiddeld loon tijdens de loopbaan (45 jaar). Bij vastbenoemde ambtenaren start de berekening met het loon tijdens de laatste vijf jaar van de loopbaan, wat uiteraard veel voordeliger is.

Money 2724241 1920

Wie is nu de beste?

Sinds vele jaren wordt gediscussieerd over welk stelsel het beste is: het Nederlandse of het Belgische. Deze discussie is sterk beïnvloed door twee externe evoluties/factoren: de vergrijzing en de financiële crisis.

Op het einde van de vorige eeuw en het begin van de huidige, werd gewezen op de vergrijzing als groot risico. De Belgische pensioenen zijn vooral gefinancierd door repartitie. Door de vergrijzing wijzigt de verhouding tussen werkenden en gepensioneerden, dus tussen inkomsten en uitgaven. Als de vergrijzing het aantal werkenden vermindert en het aantal gepensioneerden laat stijgen, is er een financieel probleem.

Tot 2008 werd dus herhaaldelijk gewezen op het voordeel van het Nederlandse systeem, op het nut van het opbouwen van pensioenreserves via het kapitalisatiestelsel. Maar toen kwam daar de financiële crisis. Een opeenvolging van schokgolven zorgde voor dalende aandelenkoersen en nog steeds kampen we met lage interesten. Hierdoor werd het rendement van alle beleggingen aangetast en werden de pensioenspaarpotten minder waard.

Steeds ouder

Zowel repartitie als kapitalisatie hebben dus voordelen en nadelen. Maar in beide stelsels is het verhogen van de pensioenleeftijd belangrijk. In het repartitiestelsel beïnvloedt de pensioenleeftijd rechtstreeks de verhouding tussen werkenden en gepensioneerden, en dus tussen inkomsten en uitgaven. Maar ook in een kapitalisatiestelsel heeft de pensioenleeftijd effect. Met een stijgende levensverwachting en een gelijke pensioenleeftijd zou het pensioenpotje over nog meer jaren moeten gespreid worden.

De pensioendiscussie is een ingewikkelde discussie. Alvast één mogelijke oplossing is politiek onhaalbaar en ook niet wenselijk: het verlagen van de pensioenuitkeringen. De meeste zijn al laag. Wil u als individu zeker zijn van voldoende inkomen na de pensioenleeftijd, heeft u de vier pijlers nodig: wettelijke pensioen, extra-legaal pensioen, individueel pensioensparen en het ‘gewone’ sparen.

About

Back to overview

Ensur uses cookies on its website to make your browsing experience more enjoyable. By continuing to browse the website you agree to the use of cookies. More info.